Industrieel erfgoed

ZAANSTAD

Het transformatorhuisje is getransformeerd
tot spil voor leisure en de creatieve industrie
– ook een vorm van energie-omzetting, net zoals
toeristen nu de molens laten draaien. Dit proces

gaat verder, wat er ook mocht overwaaien
van deze industrie, niet de constructies van staal
en steen. Er omheen mag alles dan anders zijn
geworden, bewegwijzeringsborden wijzen nog

altijd naar de toekomst toe. Het verleden wordt
zo eerder een product dat wordt geproduceerd,
en zichzelf tot in de gevels van het stadhuis
herhaalt, waar het de blik op vandaag bepaalt.

(Bij de uitreiking van de BNG Bank Erfgoedprijs 2018)

Hoewel gesjeesd sociaal-geograaf (aan de faculteit der ruimtelijke wetenschappen van de RUG – met een voorliefde voor stads- en landschapsgeografie) beschouw ik me wel degelijk als geografisch gevormd. Niet zozeer dat ik nou zoveel weet dienaangaande, maar wel dat ik met een nieuwsgierige blik mijn omgeving bezie — waar ik ook maar ben. Thuis, vakantie, elders, altijd die vraag: waardoor is het hier geworden zoals het is?

Industrieel erfgoed

Deze fascinatie is ook mijn werk ingesijpeld, in losse gedichten af en toe, maar ook in de projectmatige opzet van mijn Zijdebalen cyclus en zelfs in mijn Werkspooropera, waarvan de kiem lag in de gedachte die op een dag bij me opkwam: “er moet een industrieel-erfgoed opera komen in Utrecht”.

Voor de uitreiking van de BNG Bank Erfgoedprijs 2018 was ik gevraagd om over de vier genomineerde gemeenten (Deventet, Leiden, Tilburg en Zaanstad) een gedicht te schrijven. De vier gedichten moesten eenvormig zijn, want uit niks mocht blijken wie de winnaar zou worden. Gebaseerd op de juryrapporten schreef ik deze vier gedichten, ieder van gelijke lengte, toon en vorm. Zaanstad staat hierboven, Leiden won. De vier gedichten zijn hier te lezen.

Ruben van Gogh

De mailbutton werkte tijdelijk niet meer – is hersteld.