Poëzie per mail 17

OP KLOMPEN

Kijk nou, m'n kleren, net lompen,
ik moet flaneren op klompen.
Ik zou me geeneens
met mezelf willen zien,
hoe kon ik toch denken
dat ik haar verdien
– ik kan me wel voor m'n kop stompen.

En dan m'n handen, net klauwen,
met nagelranden, die rouwen;
zo grof en zo smerig,
hoe hard ik ook boen.
Ze zijn ongeschikt
om voorzichtig te doen
– ik zou haar niet durven vasthouden.

Oh, was ik maar gewoon
een rozenkwekerszoon,
dan zou ik haar de mooiste rozen geven.
Maar waar ik tussen sta,
zijn bloemkolen en sla
en komkommers, maar die bloeien maar heel even.

Kijk nou, m'n kleren, net lompen,
ik moet flaneren op klompen.
En dan nog dat lichaam
met modder d'r aan,
hoe kon ik ook denken
dat jij me ziet staan
– maar m'n hart dat blijft voor jou pompen.

Maar die lompen zijn m'n kleren
en dat moet ik accepteren
alle mogelijke keren dat je hier weer langs zult gaan.
Nee, ik mag niet langer treuren,
want het moet een keer gebeuren,
dat je mij in volle kleuren als je witte prins ziet staan.

Oh, was ik maar gewoon
een rozenkwekerszoon,
een rozenkwekerszoon,
gewoon een rozenkwekerszoon.


Uit: Afstallen – de musical (Dario Fo Theater, 2012 - 2013)

Voor Dario Fo Theater, tot hun doorstart als Kwekers in de Kunst in het Westland gevestigd, heb ik in de jaren 2006 – 2012, samen met componist Bob Zimmerman, enkele opera’s en musicals geschreven. De laatste was Afstallen, een musical gebaseerd op een gelijknamige eenakter, waarin bejaarde Westlanders verhalen over vroeger vertelden, die dan door de jeugd werden nagespeeld.

De titel kwam van het gelijknamige werkwoord – jongens die, na een avondje stappen of dansen, hun meisjes thuis brachten en dan ergens op een verborgen plekjes op het erf nog bleven plakken om afscheid van elkaar te nemen: afstallen. In de Fietsenstalling zou zo’n voorstelling in een stad buiten het Westland kunnen heten. Een aantal van die liedjes betrof gezongen varianten van die opgediste anekdotes, andere liedjes kwamen voort uit het door mij bedachte verhaal van een ontmoeting in een bejaardenhuis (dat vroeger dienst had gedaan als school en gemeentehuis) tussen twee voormalige jeugdliefdes wier liefde verboden was door haar ouders, wegens hun standsverschil. Althans, dat dacht hij.

Om schrijfmeters te maken, ben ik toen een aantal dagen in het hotel van Poeldijk gaan zitten. Hoewel ik in mijn herinnering alleen maar eindeloos Angry Birds heb zitten spelen op mijn tablet, kwam ik toch thuis met vijf liedteksten. Die ontstonden grotendeels tijdens mijn dagelijkse wandelingen door het kassengebied, in steeds een eigen zing-zeg-melodie die samenviel met mijn voetstappen. Zo begon ik die op een van die wandelingen te mompelen: “Kijk nou m’n kleren, net lompen, ik moet flaneren op klompen.”

De rest is geschiedenis. Tenminste: in het Westland. En gelukkig op YouTube:

Op klompen: Ruben van Gogh / Bob Zimmerman

Ruben van Gogh (gemaild op 26/4/2020)

Speciale uitgave: Engel achter glas – een handgeschreven en gebonden kleinood om het culturele zwaar weer door te komen.