Poëzie per mail 11

HET SPROOKJE VAN HET ZWARTE GAT
Er was eens een zwart gat, waar iedereen wat van moest – er waren stellingen, er waren vragen, benoemingen, bedragen. Alles draaide er in een eindeloze stroom omheen. En alles wat ooit was verdween, alleen het gat bleef over, het gat alleen. Het groeide en groeide – werd groter, werd leger – het groeide des te groter het leger was dat zich ermee bemoeide. Ongepubliceerd

Onze verre, verre voorouders staarden ‘s nachts naar de sterrenhemel, en waanden zich het middenpunt van dat alles. Hun verre kleinkinderen leerden dat zij met aardkloot en al om de zon heen draaiden in een verder statisch heelal. Ten tijde van onze (groot)ouders werd het duidelijk dat het heelal aan het uitdijen is, eerst nog, zo dachten zij, met constante snelheid, maar nu toch, weten wij, steeds sneller.

We zijn met z’n allen op aarde niet meer dan een stipje in dit kosmologisch geweld – een eenzaam virusdeeltje zo u wilt. Hoe verder weg van ons vandaan, hoe sneller de uitdijing van het heelal plaatsvindt, tot op het punt dat de uitdijingssnelheid die van de lichtsnelheid overschrijdt en sterrenstelsels voorbij onze waarnemingshorizon geraken. In de verre, verre toekomst zullen zo steeds meer sterrenstelsels ‘verdwenen’ zijn, en onze sterrenhemel een stuk leger.

In het midden van onze Melkweg schijnt zich een gigantisch zwart gat te bevinden dat bezig is z’n omgeving op te vreten. Ook een zwart gat kent een waarnemingshorizon, wat daar voorbij gaat (in valt) wordt nooit meer waargenomen. Het afgelopen jaar leerde ik dat de waarnemingshorizon die zich aan de rand van het waarneembare heelal bevindt, in wezen niet verschilt met de waarnemingshorizon waarmee een zwart gat een zwart gat wordt.

De mens bevindt zich ergens in het midden, tussen twee waarnemingshorizonnen in. Dat dan weer wel, na zoveel jaren dat we maar een randverschijnsel waren.

Ruben van Gogh (gemaild op 20/4/2020)

Speciale uitgave: Engel achter glas – een handgeschreven en gebonden kleinood om het culturele zwaar weer door te komen.

Mocht u mij in deze zorgelijke tijden willen ondersteunen met een klein bedrag, dan kan dat met een Tikkie – ik werk dan dapper verder aan nieuw werk.