Poëzie per mail 25

DRENKELINGEN 

We keken uit op de vlakte. Vanuit het westen
rolde de wind de uitgestrekte polder over
tot waar wij zaten. De populieren ruisten,
alsof, zelfs vandaag, de zee nog klonk
en ieder van ons was in z'n eigen
gedachten verzonken.

Losse woorden lagen als op een strand te wachten
om opgenomen te worden in een zinsverband
dat dit moment zou kunnen duiden.
Gitaargeluiden klonken boven het ruisen uit
en gevonden zinnen wonden zich zomaar
om een melodie heen die oprees uit zee.

We hielden onze adem in, maar leefden toch
met de drenkelingen mee, die ooit voorbij
de einder hun have hadden verloren
en die wij nu in ons zingen
meenden terug te horen, verder
dan de branding landinwaarts.

Ongepubliceerd

Stilte valt pas op als je goed luistert: als je, als het stil is, die stilte niet gewaar wordt ben je aan het vergeten geraakt. Jezelf, de wereld, alles om je heen. Mijn eerste herinnering aan de jaarlijkse twee minuten stilte liggen rond mijn vijfde levensjaar. Ik was in de tuin om naar die aangekondigde stilte te gaan luisteren. Het was een stilte zoals ik die de laatste weken zo vaak heb gehoord – een bezwangerde stilte vol nadrukkelijke aanwezigheid van onhoorbare geluiden van in de omgeving verkerende mensen, een vermoeden van geroezemoes.

Juist rond stilte is altijd wat te horen. Ik associeer stiltegebieden, zoals  die door de aanwezigheid van bordjes in sommige, fraaie stukjes Nederland aangegeven zijn, juist met nadrukkelijke, individuele geluiden. U zegt: stiltegebied – en daar is al het monotone gebrom van een zomervliegtuig in de verte, of een brommer die je wel tien minuten hoort aankomen, of auto’s die ‘s nachts over wildroosters rijden (prrrrt… het stiltegebied in, prrrrt… het stiltegebied weer uit).

Om, door die jaarlijkse twee minuten stilte heen, hen te kunnen horen voor wie die stilte is bedoeld, is me nooit echt gelukt. Meestal sta ik in huis, of voor de deur op de stoep en probeer er amechtig bij stil te staan. Maar altijd hoor ik die ene auto die niet even gestopt is, of geluiden uit de natuur die zich nooit ergens iets van aantrekt. Lange tijd klonk er dan in mijn hoofd een woord als: oorlog, oorlog, oorlog. Altijd voelt het wat vormelijk – maar misschien is juist dat vormelijke wel goed. Niet zozeer de stilte zelf, maar het stilstaan erbij, dat je hoort wat je dan ook hoort, omdat je anders jezelf vergeet, de wereld, alles om je heen.

Ruben van Gogh (gemaild op 4/5/2020)

Nu te koop: Engel achter glas – een handgeschreven en gebonden kleinood om het culturele zwaar weer door te komen. Ook in de aanbieding: twee smartphone-art-werken in een gelimiteerde oplage van 15 genummerde exemplaren, zie mijn shop-pagina.