Poëzie per mail 23

BURENBUURTBALLADE 
 
Ik neem je mee
Ja
Waarheen waarheen
Ja

Hee m'n straat
Zie daar, geen kleren aan
Naakt naakt
Laat maar gaan

Hee ho
Nog nooit gezien
Zal treuren man
Vandien

Vandien haar armen
Hee
Vandien haar borsten
Ho
Vandien haar geur

Vandien
haar bruine muren burenbuurt
waarin het buren uren duurt

Uit: De Man van Taal (Prometheus, 1996)

Een goede buur is beter dan een verre vriend, heet het. In deze tijden van Corona zijn alle vrienden verre vrienden geworden. En goede buren zijn dan, gelukkig maar, zo dichtbij. Wij hebben in onze straat een rijk stoepleven, de anderhalf meter is makkelijk te handhaven en lijkt door de nabijheid van fijne mensen overbrugbaar. Bij ons dan, want wij mogen – op intelligente wijze, dat wel – nog naar buiten.

Mijn verre vriend op Cyprus zit in een heel ander pakket. Daar is men al geruime tijd letterlijk opgesloten in eigen huis. Van zijn buren weet ik niks, hij misschien ook wel niet. Eenmaal per dag mag je daar naar een toegewezen supermarkt in de buurt, wie daar te lang over doet krijgt een forse boete. Onderweg wordt je meerdere keren streng gecontroleerd. Hij mist de zee.

Af en toe Whatsappen we, over kilometers en kilometers afstand. Hij werkt als vertaler, dat kan gewoon vanuit huis. Ook hij heeft nu minder werk – veel betrof handel en toerisme, die in rustiger (het een) tot doodstil (het ander) vaarwater zijn terechtgekomen. Niettemin appte hij me vanochtend een zinnetje dat hij op dat moment aan het vertalen was: “Verhuurder huurt aan huurder en huurder huurt van verhuurder het verhuurde, hierna ‘het gehuurde’.”

Ineens waren we weer terug in Groningen, toen we zo goed als buren en vrienden ineen waren, ten tijde dat de Burenbuurtballade ontstond. In gedachten op minder dan anderhalve meter van elkaar, dat spreekt.

Ruben van Gogh (gemaild op 01/5/2020)

Speciale uitgave: Engel achter glas – een handgeschreven en gebonden kleinood om het culturele zwaar weer door te komen.