Poëzie per mail 16

PALUDARIUM

Voldaan gevangen in een transparant bestaan
van groene dagen en van donkergroene nachten,
ligt dit meertje in zichzelf verzonken. Aan
de bodem hangen lange waterplanten zacht te

wuiven naar het wonderschoon verlicht plafond.
Wat zou daar zijn? In trage, steeds herhaalde uren
vormt zich er langzaam een kristallen dak van zon,
waarin elk beetje licht een eeuwigheid kan duren.

En altijd lokt die Goddelijke schittering;
wat moet men van het wateroppervlak geloven?
Het groots geboomte spiegelt zich er wazig in
– vanuit de diepte schiet een kleine vis naar boven

en ziet het leven even in dat hemels licht:
twee mooie mensen, aan de waterkant gezeten,
hun armen in elkaar, hun ogen dicht.
Een korte sprong, en alles lijkt alweer vergeten.

Uit: Wondere wereld (eigen beheer, 1992)

We gaan nog wel naar buiten, natuurlijk. We zitten in een intelligente lock-down ten slotte en hebben een hond. Die moet uit, iedere dag weer. Daarnaast wonen we aan de Vecht, met ochtendzon op de stoep, en ook als noodgedwongen thuiswerker begin je de dag gewoon met koffie. We zien heel wat bijzonders dus, binnen dit dagelijkse gewone. Ook omdat het gewone zich dit jaar als zoveel bijzonderder opdringt.

Er is al veel gezegd en geschreven over helderdere luchten, nu er minder gevlogen wordt, en dat kan ik alleen maar beamen. Maar dat niet alleen, ik heb ook het idee dat de natuur (voor zover je het natuur kan noemen in de stad) zich deze lente volumineuzer heeft ontwikkeld. We zagen nooit zoveel oranjetipjes als dit jaar, en ook andere vlinders worden al regelmatig waargenomen – van vorig jaar herinner ik me af en toe een losse vlinder te hebben gezien. En grote eendenfamilies; we zagen enkele dagen geleden een eend met maar liefst zeventien pasgeboren kuikens.

Het kan natuurlijk ook verbeelding zijn. Het groter maken van dat kleine stukje aarde, met al haar land, lucht en water, dat momenteel onze hele levenswereld is geworden. Eergister liepen we langs een instroom van de Vecht, en daar sprong tot twee keer toe een tablet-grote (10 inch) vis boven water. Ik maakte er toen al bijna een dolfijn van. De dagelijkse dingen groeien door hun exclusiviteit uit tot mythische proporties.

Ruben van Gogh (gemaild op 25/4/2020)

Speciale uitgave: Engel achter glas – een handgeschreven en gebonden kleinood om het culturele zwaar weer door te komen.