Meedenken in gedichten

MENTAAL TRANSFERIUM

I

de gedachten van anderen
zijn overal aanwezig
verplaatsen zich door elkaar
vormen meningen en opinies
of hangen als opgekomen vragen
nieuwsgierig over balustrades
in afwachting van komende dagen,
zien de overwegingen
van anderen aan
die komen en gaan
en blijven staan


II

hoe zal ik weten waar
zij is
als ik niet eens weet wat
zij is
zij is
een zomaar opgekomen gedachte
een langzaam passerende beweging
die overal kan zijn
dan hier dan daar
dan zus dan zo
zij is
een zeer geliefde overweging
waar ik het allerliefst in meeging
zonder richting zonder ratio


III

ik noem je naam in de immense hal,
je klinkers en medeklinkers klinken mee
in een mensenzee van voortbewegende voeten
waarvan er ergens twee van jou moeten zijn
drie, vier paar welgevormde benen echter
die elk een eigen richting gingen
houden in vertwijfeling even in
en draaien hoopvol om naar mij:
-- werden wij wellicht bedoeld?
-- moeten wij hier iemand groeten?
helaas zit jij daar zelf niet bij:
waarschijnlijk ben je nu al
buiten het gebouw, en zij zijn,
behoudens hun naam misschien,
in geen geval jou,
hoe graag zij ook maar zouden willen
dat ik dat wou


IV

wat nou als ik een gedachte was
een wachtende gedachte
die zomaar in de lucht hing
als een zomers onweer
zou ik dan
met een flits en veel gedonder
mijn lome hangen staken
en in ene overspringen
van opinie naar opinie
ergens arriveren
daar de seconden tellen
om te weten hoe ver ik was
van hier
of zou ik stilaan overgaan
in de stapelwolken
die daar buiten staan
hoog in gedachten

Uit: Zoekmachines (Prometheus, 2001)

Woorddenken

Onlangs kwamen we in Huize Van Gogh te spreken over woorddenken: van het zelf al dan niet denken in taal, tot het ongevraagd meedenken van een ogenschijnlijk zelfstandig stemmetje in je hoofd. Beide heb ik niet; wat misschien nogal onverwachts klinkt uit de mond (of vanuit het toetsenbord) van een dichter. Het denken dat het niveau van een boodschappenlijstje ontstijgt, leidt bij mij pas tot een zekere hoogte in het praten met anderen, of tijdens mijn schrijfbedrijf. In mijn geval: gedichten, te zingen teksten, stukjes erover of soms een ‘echt’ artikel. Hierbij lijkt het dichten het denken zélf te vormen, terwijl er in het schrijven van een artikel of stukje het woord geven aan het denken plaatsvindt.

Los van praten en schrijven kan ik hele delen van de dag gedachteloos doorbrengen — al zie ik eenmaal schrijvende dikwijls de weerslag ervan, dán pas wordt blijkbaar wat onbevroed de revue is gepasseerd aan losse indrukken en associatieve flarden, in taal omgezet en samengebracht.

Doorgaans denk ik niet, maar ben ik wel, en in dat zijn ontstaan woordeloze gedachten die pas pratende of schrijvende tot uiting komen.

Meedenken in gedichten

Ergens rond de eeuwwende werd ik niettemin gevraagd actief en betaald mee te denken in een project. Preciezer: of ik wilde meedenken in dichtvorm over het concept van transferia — plaatsen waar je kunt overstappen van de ene transportvorm op de andere. Er was een clubje deskundigen (designers, planologen, industrieel vormgevers en architecten) die zich daarmee bezig hield voor een onderzoeksrapport, en de architect ervan, Hans Bilsen, benaderde mij met dit verzoek. Hij zou een concreet gebouw gaan ontwerpen op een bestaande locatie, een knooppunt waar water, spoor en snelweg samenkwamen, dat transferium zou tevens deze transportstromen overbruggen en zo twee erdoor gescheiden stadswijken verenigen. Een ontmoetingsplein over een verkeersplein heen.

Mentaal transferium

In een voorbereidend gesprek kwam ik op de analogie van je hoofd als mentaal transferium: de plek waar indrukken, gedachten en gevoelens ‘overgaan’ in andere, en we spraken af dat ik een serie korte, associatieve gedichten zou schrijven hierover, terwijl hij bezig ging met zijn ontwerp.

Af en toe kwamen we samen met onze resultaten, die we dan als in een soort gedachtegang om elkaar heen lieten draaien, waardoor er nieuwe invalshoeken bij beide ontstonden, die weer werden meegenomen in de volgende fase. “Oh, je vindt dat het transparanter moet worden?” klonk het dan bijvoorbeeld, al weet ik niet meer wie van ons twee dat tot de ander zei. Maar beeld- en woorddenken kwamen naadloos samen en beïnvloedden elkaar wederzijds.

Ruben van Gogh

Mij mee laten denken in dichtvorm? Kijk hier. Of lees dit stuk, over hoe ik allerlei losse denkflarden schrijvenderwijs samenbracht tot een coherente filosofie.

De mailbutton werkte tijdelijk niet meer – is hersteld.