Flessenpost II

BOOM ZIJN  

Wie boom is, zoals ik ooit was, 
houdt zich doodstil, 
 
geen tak die niet wijst 
op wat bewegen wil 
 
en als er wat brak
was dat hoogstens een droom 
 
met een bast als pyjama 
en een barst 

waar doorheen de dag 
naar binnenkwam, 
 
tot midden in de stam 

Ongepubliceerd

Bomen leven niet alleen lang, wat ik van Peter Wohllebens fenomenale boek Het verborgen leven van bomen begrijp: ze zijn ook lang bezig dood te gaan. Via de weggevallen bastbescherming bij afgebroken takken, weten schimmels de boom binnen te dringen om daar toe te slaan. Het verdwijnen van een boom begint van binnenuit – tenzij hij omgehakt wordt natuurlijk.

Dat levert fascinerende taferelen op: gaten waar je je hele arm in zou kunnen laten verdwijnen (hoogstwaarschijnlijk om schuilend gedierte te verstoren) en knotwilgen aan het water die nog enkel uit een halve, gootvormige bast lijken te bestaan, met wat staketsels van sprieterige takken als kruin erboven. Zo’n wilg kennen we hier in de buurt, kinderen klimmen erin en verpozen zich met hun meegebrachte spulletjes op de restanten van de knot, vervaarlijk boven de sloot hangend.

Mijn vroege lagere schooltijd woonde ik in Snakkerburen, tegen Leeuwarden aan. Daar stond langs een slootje een aantal van die stervende, holle knotwilgen. In een ervan kon je je daar via de bovenkant in laten zakken tot de bodem. Dan stond je in een boom. Dan was je een boom – bijna.

De wilgen zijn inmiddels verdwenen.

Ruben van Gogh